Een woningsluiting wegens de aanwezigheid van drugs behoort tot de meest ingrijpende bestuurlijke maatregelen die een burgemeester kan nemen. Bewoners raken hun woning kwijt, soms voor maanden, zonder dat er sprake hoeft te zijn van een strafrechtelijke veroordeling. Juist daarom worden aan dergelijke besluiten hoge eisen gesteld. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle (ECLI:NL:RBOVE:2025:479), waarin een voorgenomen woningsluiting door de burgemeester van Almelo voorlopig werd tegengehouden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en daarom moest worden geschorst. De bewoonster werd in deze procedure bijgestaan door Mona Raaijmakers, advocaat gespecialiseerd in bestuursrecht en woningsluitingen.
Waar ging deze zaak over?
De burgemeester van Almelo had besloten een woning voor de duur van zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, beter bekend als het Damoclesbeleid. Aanleiding was een politieactie gericht op een drugsnetwerk, waarbij in de woning 280 gram amfetamine werd aangetroffen.
Volgens de burgemeester ging het om een handelshoeveelheid harddrugs. Op basis daarvan werd geconcludeerd dat de woning een rol speelde binnen het drugscircuit en dat sluiting noodzakelijk was ter bescherming van de openbare orde. De bewoonster was het hier niet mee eens, maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat zij in haar woning kon blijven totdat over het bezwaar was beslist.
Bevoegdheid: burgemeester mocht handhaven
De voorzieningenrechter stelde allereerst vast dat de burgemeester in beginsel bevoegd was om handhavend op te treden. De aangetroffen hoeveelheid amfetamine lag ver boven de grens voor eigen gebruik, waardoor toepassing van artikel 13b Opiumwet juridisch mogelijk was. Dat het strafrechtelijk onderzoek nog liep, stond bestuursrechtelijk ingrijpen niet in de weg.
Ook oordeelde de rechter dat:
- woningsluiting in het algemeen een geschikt middel is om een pand aan het drugscircuit te onttrekken;
- en dat de burgemeester de noodzaak van optreden in dit geval in algemene zin had onderbouwd, mede gezien het bredere politieonderzoek naar een crimineel netwerk.
Tot zover hield het besluit stand.
Maar: sluiting was onvoldoende evenwichtig gemotiveerd
Het besluit strandde echter bij de toets aan het evenredigheidsbeginsel. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd welk persoonlijk verwijt de bewoonster kon worden gemaakt.
Daarbij speelden meerdere punten een rol:
- het bleef onduidelijk waar in de woning de drugs precies waren aangetroffen;
- er waren verschillen tussen het primaire besluit, het verweerschrift en de bestuurlijke rapportages;
- nadere politie-informatie was niet schriftelijk vastgelegd;
- de bewoonster was geen verdachte in het strafrechtelijk onderzoek;
- en er waren weinig concrete aanwijzingen dat vanuit deze woning daadwerkelijk werd gehandeld.
Door deze onduidelijkheden kon niet worden uitgesloten dat sprake was van bijzondere omstandigheden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had onderzocht of toepassing van het Damoclesbeleid in dit specifieke geval onevenredig uitpakte voor de bewoonster.
Uitkomst: woningsluiting voorlopig van tafel
De voorzieningenrechter kwam daarom tot de conclusie dat het besluit niet in stand kon blijven. Het gevolg was dat:
- het besluit tot woningsluiting werd geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar;
- de burgemeester werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten (€ 1.814,-);
- en het griffierecht (€ 187,-) moest worden vergoed.
De rechter merkte daarbij expliciet op dat niet is uitgesloten dat de burgemeester het besluit later alsnog beter kan onderbouwen. Voor dit moment mocht de woning echter niet worden gesloten.
Waarom is deze uitspraak belangrijk?
Deze uitspraak is van groot belang voor bewoners die worden geconfronteerd met een (dreigende) woningsluiting op grond van de Opiumwet. Zij laat zien dat:
- woningsluiting niet automatisch standhoudt bij de vondst van drugs;
- de burgemeester niet alleen moet kijken naar de hoeveelheid drugs, maar ook naar de persoonlijke betrokkenheid en verwijtbaarheid van de bewoner;
- een zorgvuldige, concrete en consistente motivering essentieel is;
- en dat een voorlopige voorziening een effectief middel kan zijn om een woningsluiting tijdelijk tegen te houden.
Voor bewoners betekent dit dat verweer zinvol kan zijn, ook in situaties waarin drugs in de woning zijn aangetroffen. Elke zaak vraagt om een individuele beoordeling, waarbij proportionaliteit en motivering doorslaggevend zijn.